Categorie archief: weblog

Prijzen vliegen omhoog door cookies

Hoe ziet een overtuigende website eruit? Hoe maak ik als ondernemer gebruik van Social Media. Een poosje terug gaf ik daarover een presentatie voor medeleden van de ondernemersvereniging waarvan ik lid ben. Wij deelden onze ervaringen op prettige en afgaande op mijn publiek ook op leerzame wijze.

Belangstelling wordt duur betaald

Het was zeker geen eenrichtingsverkeer. Ik leerde die avond ook weer dingen. Wat me bijbleef was deze tip. Als je een reis boekt via internet, het ging hier om een vliegreis, boek dan nooit vanaf dezelfde computer als het apparaat dat je gebruikt voor het speurwerk vooraf. Toon je namelijk weerkerende belangstelling voor een bepaalde reis, dan wordt de reis duurder. Van verschillende kanten werd dit bevestigd. Eén ondernemer constateerde in één dag tijd een prijsverhoging van € 50,00. Hierop belde hij de vliegmaatschappij, die hem vervolgens de reis voor de ‘oude’ prijs aanbood.

Wij verbeteren gebruik van onze site ten gunste van ….

Zacht uitgedrukt vind ik dit raar, zeer merkwaardig. Ik vind het ook absoluut geen faire manier van zaken doen. Het geheim zit hem in de cookies. Met het blote oog zien we ze niet, maar aan de achterkant van de site doen ze er alles aan om ‘de site en het gebruik ervan te verbeteren’. Ja, ja …

Wis cookies voor je boekt

Om er achter te komen of het waar is besluit ik een reis te gaan ‘boeken’. Dit proces moet ik nog starten, maar intussen lees ik wel deze tip van Wim de Roos, een redacteur van de Kampeer en Caravan Kampioen: “Wis ‘cookies’ na het checken van tarieven op internet, of boek vanaf een andere computer. Na drie of vier keer kijken naar dezelfde trip, worden de prijzen verhoogd.” Dus toch.

Waarom weet ik dit niet

Is dit gemeengoed en ben ik de enige die dit niet weet? Had ik dit kunnen weten? Staat het misschien  in de kleine cookie lettertjes? Of is dit gewoon ordinair misbruik van cookies? Ik ben erg benieuwd naar jullie ervaringen.

RIA
03-06-2013

Tekstschrijver op taalniveau B1

Je zult maar tekstschrijver zijn en je opdrachtgever verlangt van jou een tekst op B1 niveau. Geen probleem, zou mijn antwoord zijn, in het vertrouwen al googelend te ontdekken wat B1 precies betekent.

Op de website van Bureau Taal lees ik dat taalniveau B1 eenvoudig Nederlands is, een punt op de meetlat van de Raad van Europa. Deze meetlat (het Common European Framework) is gemaakt om het taalniveau van mensen en teksten te meten. Zo is A1 het laagste en C2 het hoogste. B1 zit daar ergens tussenin en is begrijpelijk voor 95% van de Nederlanders.

Volgens communicatiewetenschapper Carel Jansen vergeet Bureau Taal erbij te vermelden dat het Europees Referentiekader (ERK), waarop het Bureau zich baseert, geen betrekking heeft op het moeilijkheidsniveau van teksten. Het ERK is bedoeld om vast te kunnen stellen op welk niveau mensen mondeling en schriftelijk met elkaar kunnen communiceren in een Europese taal, die niet hun moedertaal is. Zo staat te lezen in zijn artikel ‘De nieuwste kleren van de keizer’ in Onze Taal 2/3 2013. Aan de bewering dat 95% van de Nederlanders B1 taal kan begrijpen ligt geen wetenschappelijk onderzoek ten grondslag.

Ik haal opgelucht adem. B1 is een mooie term en als dat verzekeringsmaatschappijen en banken over de streep haalt om voor hun klanten begrijpelijke taal te schrijven, dan is dat mooi meegenomen. Klant blij, opdrachtgever blij en ik blij. Ik schrijf gewoon door zoals ik altijd al deed.

Gezien de frequentie waarmee hotemetoten zich in dit land laten voorstaan op hun kennis van B1, trek ik de conclusie dat B1 Bureau Taal geen windeieren heeft gelegd. In B1 gezegd ‘Bureau Taal heeft met het bedenken van de term B1 veel geld verdiend’.

RIA
02-04-2013

Souvenir de Google Français

Elke zichzelf respecterende camping biedt zijn kampeerders wifi aan. Reuze handig. Op mijn minilaptopje ontdek ik in onze vakantie wat het schone Franse land zoal te bieden heeft. Teruggekeerd op Nederlandse bodem voltrekt zich een merkwaardig fenomeen. Mijn Google-account heeft de Franse identiteit aangenomen. Aangezien mijn Frans zich niet verder heeft ontwikkeld dan vier jaar MAVO in een grijs verleden, word ik hier niet vrolijk van.

Geen nood, Google heeft een handige taalinstelling. Die ga ik even veranderen en alles draait weer zoals het hoort. Raar, Nederlands staat nog altijd ingesteld als primaire taal. Weet je wat, ik pak het anders aan, je moet per slot creatief zijn, ik laat Google gewoon vanuit Frans naar Nederlands vertalen. Het werkt. Het kluk kluk Nederlands neem ik maar voor lief en dat ‘afbeeldingen’ nu ‘imagery’ heet, dat snap ik nog.

Minder leuk wordt het als ik webmaster hulpprogramma’s raadpleeg. Nu wordt het zo kluk kluk dat ik er helemaal niets meer van snap. Tijd om de moeite te nemen te googelen naar een oplossing. Yes, ik moet er gewoon voor zorgen dat mijn cache geheugen wordt gewist en dan moet alles weer werken zo het hoort. Niet dus.

Om lekker na te genieten van de vakantie namen wij wijn mee als souvenir. De wijn is op, de laatste slok Franse Google lijkt nog niet genomen. Wie weet hoe ik weer mijn oude vertrouwde Nederlandse Google terugkrijg, ik hou mij aanbevolen. Enne, merci alvast.

RIA
23-08-2012

Welkom is aardig maar voegt niets toe

Webredactie als specialisatie

Afgelopen seizoen volgde ik de Leergang Webredacteur bij het ISBW in Zwolle. Drie businesscases en de nodige studietijd verder mag ik mij nu officieel webredacteur noemen. Vertaald naar de praktijk houdt dit in dat ik gespecialiseerd ben in het schrijven en/of bewerken van informatie voor internet. Ook adviseer ik kleinere organisaties bij het bepalen van hun webstrategie en help ik hen bij de vertaling ervan naar de praktijk.

Een website is niet af met het grafisch ontwerp

Wat me opvalt is dat bedrijven bereid zijn behoorlijke bedragen uit te geven voor het ontwerp van hun website. Een blits ontwerp is natuurlijk super, het oog wil per slot ook wat. Wat ik opmerkelijk vind is dat men de invulling vervolgens in eigen hand neemt. Schrijven kan iedereen, nietwaar? Met als gevolg dat wij nog steeds ‘welkom’ worden geheten en vervolgens een mistige tekst moeten doorworstelen.

Welkom is aardig, maar een gemiste kans

Gemiste kansen. ‘Welkom’ zal niet het woord zijn waarop ook maar iemand gevonden wil worden en lange teksten slaan we sowieso over. Nee, de woorden waarop je gevonden wilt worden zet je zo hoog mogelijk in je tekst, het liefst ook nog in de kop of in de subkop.

Schrijf scanbaar

Een attente lezer constateert dat ik tot en met de eerste alinea het woord ‘webredacteur’ drie keer heb gebruikt. Dat is waarop ik gevonden wil worden.  En wat de tekst zelf betreft, deze schrijf je scanbaar en je begint met het met meest belangrijke van je boodschap. Scanbaar betekent dat je begrijpt waar de tekst over gaat als je alleen de tussenkopjes maar leest. Voor je bezoeker is het belangrijkste dat hij in een oogopslag weet welk probleem jij voor hem oplost.

Mooi vak, dat van webredacteur.

RIA
27-07-2012

Zoekt en gij zult vinden

Als webredacteur en tekstschrijver ben ik altijd op zoek naar de juiste woorden. Van een tekstschrijver of webredacteur mag je verwachten dat hij/zij ze ook vindt. Meestal gaat dat ook prima. Maar soms zweeft net dat ene woord of uitdrukking ergens in mijn hoofd en kan ik er net niet bij. De hond uitlaten is dan een prima remedie. En vind ik remedie dan geen passend woord, dan klik ik ergens in dat woord op shift F7 en krijg ik meteen drie synoniemen voorgeschoteld. Erg handig, zo’n functie.

Maar er zijn nog meer van die handigheidjes. Googelen bijvoorbeeld. Is dat eigenlijk wel goed Nederlands? Ik vraag het Google en tik in site:onzetaal.nl googelen. De nijvere zoekmachine gaat op zoek in de site van Onze Taal en komt prompt met het antwoord. Volgens het Groene Boekje is het ‘googelen’, volgens het Witte Boekje mag ‘googlen’ ook. Aangezien ik opgevoed ben met het groene exemplaar hou ik het bij ‘googelen’. Ik goochel door met Google. Gewoon met ‘ch’ want Google is per slot net een toverdoos.

Ik ga op zoek naar varianten op zegswijzen. Is er iets leuks te bedenken voor “liefdewerk oud papier”? Ik tik in “liefdewerk * papier”. Google zoekt naar de tekst zoals die tussen de “ “ staat aangegeven en vult voor * het meest logische woord in: oud. Wil je een variant op ‘oud’ dan vul je de zoekopdracht aan met -oud, dus “liefdewerk * papier” -oud. Google komt met “liefdewerk nieuw papier”. Ik had het zelf zo origineel niet kunnen bedenken.

Zoek je naar de herkomst of de betekenis van een spreekwoord dan zijn de spreekwoordenboeken van Stoett of Harrebomée erg handig. Je vindt ze op de website van de DBNL  (dbnl.org). Zoeken gaat bijvoorbeeld zo: site:dbnl.org vogel in de hand. Je krijgt een alleraardigst plaatje en gedichtje te zien.

Leuk al die handige zoektips. ’t Is echt ‘zoekt en gij zult vinden’. Net als heel veel andere uitdrukkingen komt deze uit de Bijbel. Even googelen. Juist ja, de precieze vindplaats is Mattheüs 7 vers 7.

RIA
14-06-2012

Google Free Monitor houdt je met beide benen op de grond

Om te kijken hoe ik als tekstschrijver en webredacteur scoor op de door mij relevante zoekwoorden ‘tekstschrijver‘ en ‘webredacteur‘, raadpleeg ik zo nu en dan Google Free Monitor.

Een erg handige tool. Per url geef je zoekwoorden op. Vervolgens laat je Google daarop monitoren. In de uitkomst zie je niet alleen de uitkomst, maar ook of je ten opzichte van de vorige scan gedaald of gestegen bent op de ranglijst.

Google Free Monitor geeft een objectievere uitkomst dan wanneer ik op ‘tekstschrijver’ of ‘webredacteur’ zoek vanaf computers waarop ik regelmatig werk. Dan sta ik op nummer één, ook zonder dat ik ingelogd ben op enig account. Om lyrisch van te worden, maar subjectief en bezijden de waarheid. Kennelijk weet Google meer van mij dan ik besef.

Niettemin, via Google Free Monitor sta ik met ‘tekstschrijver‘ op dit moment op nummer 25 van de circa 819.000 zoekresultaten; met ‘webredacteur‘ bezet ik de tiende plek in de ranglijst van 412.000. Toch leuk. Maar dan ‘tekstskriuwer!’: numero uno, nûmer ien of in gewoon Nederlands nummer één van de 979 zoekresultaten.

Leuk, zo’n objectieve tool. Het houdt je met  beide benen op de grond.

RIA
mei 2012

De kracht van relevante content

Relevante content draagt bij aan een hogere ranking in Google. Daarmee lijkt content verheven tot toverwoord. En bloggen is je toverstaf. Aangezien niet iedereen voor tekstschrijver of webredacteur in de wieg is gelegd, moeten voor deze beroepsgroep wel gouden tijden aanbreken.

Een goede tekstschrijver of webredacteur helpt je met schrijven over jouw producten. Content die je vervolgens op je website plaatst. Je twittert erover, je deelt deze op Facebook en als je content maar regelmatig ververst dan maak je indruk op Google. Nu is een mooie plek in de zoekresultaten natuurlijk geen doel, maar wel een mooi middel om jouw producten bij je doelgroep onder aandacht te brengen en hopelijk te verkopen. De aanhouder wint.

Wat ik met relevante content bedoel zijn de resultaten die je krijgt door zoekmachinevriendelijk schrijven, kort gezegd SEO. Naast SEO heb je ook SEA. Dit zijn de advertenties die boven en rechts naast de zoekresultaten verschijnen. Deze advertenties maak je met Google Adwords. Zodra iemand op jouw adwords advertentie klikt, betaal je voor die klik. Een goede adwords advertentie maken is ook weer een vak apart. Google stuurt regelmatig gratis advertentietegoeden rond. Dit is een leuke manier om de mogelijkheden van een adwords campagne uit te proberen.

SEO en SEA hebben niets met elkaar te maken. Laatst probeerde een verkoper mij wijs te maken dat SEA resultaten zouden helpen bij hogere zoekresultaten in Google. Trap er niet in, dit zijn verkooppraatjes en niet meer dan een broodje aap. En broodjes aap, ik bedank ervoor.

RIA
28-04-2012

Wat is je motto, wat straal je uit als tekstschrijver alias webredacteur?

Op je website vertel je niet alleen in woorden wat je uit wilt stralen met je bedrijf. Ook beeldmateriaal speelt een belangrijke rol. Als voorbeeld neemt onze docent van de Leergang Webredacteur mijn website onder de loep. In twee woorden moeten mijn medestudenten en ikzelf aangeven wat ik met de daarop prijkende foto van mijzelf uit wil stralen. Enige minuten lang zijn wij in gepeins verzonken. Ik ben eruit. Wat ik uit wil stralen is eerlijkheid en betrouwbaarheid. Kennelijk heb ik het juiste beeld uitgezocht; mijn medestudenten slaan de plank niet ver mis. Opgelucht haal ik adem. Later bedenk ik me dat ik er nog wel professionaliteit aan toe had kunnen voegen. Dat is door niemand genoemd. En zo blijft er werk aan de winkel en ga ik nog eens kritisch kijken naar de beelden op mijn site.

“Waarom moet iemand jou eigenlijk kiezen als tekstschrijver of webredacteur?” legt de docent mij vervolgens onverstoorbaar het vuur na aan de schenen. Hij moet mij wel hebben vanavond. “Omdat ik goed ben” antwoord ik zelfverzekerder dan ik mij voel. Misschien is het mijn Friese inborst die het steken van de loftrompet over mijn eigen kunnen in de weg staat. Ik draai het liever om. Mijn opdrachtgevers dicht ik graag de eigenschap toe dat zij zelf wel in staat zijn te beoordelen of ze mijn werk goed vinden. Tot nu toe werkte dat prima en ik ben ervan overtuigd dat dit ook zo blijft. Ria Algra, de tekstschrijver en webredacteur van woord en daad. Dat klinkt niet alleen goed, dat is het ook. Mijn motto.

RIA
19-04-2012

Redactiestatuut en stijlgids voor eenduidigheid

berlikum.com, de dorpsite van berltsumVier redacteuren die één site onderhouden, vrijwillig en met een flinke dosis enthousiasme. Op onze dorpssite schetsen ze de levendigheid van mijn leefomgeving. Ze doen dat elk op hun eigen manier.

Eén keer in de vier weken draaien ze een week dienst. Op deze manier blijft vrijwilligerswerk leuk. Beetje bij beetje groeien ze in de site, maken ze kennis met de, vooral onmogelijkheden van het cms en worden ze deskundigen in het interpreteren van Google Analytics.

Sinds kort twitteren ze er ook lustig op los. Samengevat: met de site van ons dorp is niks mis en de redactie verdient een dikke pluim.

Binnenkort gaat de redactie beschikken over een redactiestatuut en een stijlgids. Een praktische handleiding met richtlijnen. Om er maar een paar te noemen:

  • Titels beginnen met een hoofdletter, zijn direct en kort.
  • Eenduidige schrijfwijze voor diverse lokaliteiten.
  • De opbouw van een nieuwsbericht: wie, wat, waar, waarom en hoe?
  • De verantwoordelijkheden binnen de site.
    Wat moet er aan onderhoud gebeuren, wanneer en door wie? Een site is nu eenmaal meer dan mooie nieuwsberichten volgens de AIDA methode.

Ik mag deze richtlijnen gaan schrijven. Een vrijwillige bijdrage aan een waardevol initiatief, maar met de kennis van de Leergang  Webredacteur op zak. Ik heb er zin in.

Ria
06-04-2012

Google en Berltsum

De Koepelkerk van Berlikum, BerltsumTot twee jaar terug woonde ik in Berlikum. Een onnavolgbare oprisping van de gemeente bracht daarin verandering. Tegenwoordig doen wij alles in het Fries en resideer ik in Berltsum. Niet uit te spreken voor een niet Fries om van goed schrijven maar niet te spreken. Er zijn zelfs Berltsumers die er moeite mee houden de naam van hun dorp goed op papier te zetten. Ik zou ze de kost niet willen geven die er ‘Belsum of Beltsum’ van bakken.

Er hebben natuurlijk allerlei zwaarwegende argumenten meegespeeld bij het nemen van dit chauvinistische besluit. Ik vraag me af of ze de effecten van Google ook hebben meegewogen. Met mooi nieuw briefpapier, enveloppen en autobelettering verleid je Google niet. En dat is wat ondernemers willen. Toch? Dan maar ‘berlikum’ wijzigen in ‘berltsum’?

Zoek je in Google op ‘berltsum’, dan maak je goeie kans op pagina één te komen. Tenminste als je de moeite hebt genomen dit woord mee te nemen in de tekst van je site. Dat is toch fantastisch zou je zeggen. Inderdaad, buitengewoon, ware het niet dat er geen kip op ‘berltsum’ zoekt.

Die conclusie mag ik toch trekken als ik constateer dat op ‘berltsum’ maandelijks gemiddeld zo’n 720 keer wordt gezocht tegen 14.800 keer op ‘berlikum’. Google weet ook geen zoekwoordideeën voor ‘berltsum’ te bedenken. Voor ‘berlikum’ wel, want op ‘berlikum’ wordt gegoogled. Zo zie ik bijvoorbeeld dat vaak gezocht wordt naar vertier, werk, sport en leveranciers in ons voorbije Berlikum.

Om Google te vriend te houden, blijf ik op mijn website Berlikum voorlopig maar trouw.

RIA
14-03-2012